Zingen

In recent werk heeft de componiste Huba de Graaff een (missing) link willen leggen tussen apengeluiden en het zingen van mensen. Verband zien tussen een vrouw die componeert en een aap is natuurlijk flauw, je moet erg oppassen met die dingen, maar het intrigerende van haar ‘onderzoeksvraag’ heeft vermoedelijk vooral te maken met de huidige stand van het zangonderwijs op de lagere scholen. Bij het naderende Sinterklaasfeest baart ons niet zozeer de outfit van die allochtone knechten zorgen als wel de samenzang, die dat onvermijdelijk met zich meebrengt. Voordeel is dat we weer eens geconfronteerd worden met de bronnen van ons volksliedcultuur, waarbij uiteraard de betekenis van Andre Hazes niet moet worden onderschat. Nederland is natuurlijk maar een klein landje, de liedjes die we nog zingen zijn voornamelijk eind 19e eeuw tot stand gekomen, en ook in de kunstmuziek kwam dit tot uiting, zelfs een Zuiderzee-symfonie werd ons niet bespaard. Maar zo weinig betekenis als het muzikale nationalisme bij ‘ons’ kreeg, zo belangrijk werd het haast in alle andere Europese landen, behalve, merkwaardigerwijs, in Duitsland, waar die mentaliteit niet tot nuancering van de kunst, maar uitsluitend tot destructie leidde. En misschien ook niet merkwaardig, want de vermenging van Russische, Spaanse, Finse of Afrikaanse tinten met de eigen cultuur was niet precies waar onze brave ooster-buren op zaten te wachten.

Wat maakt Finse muziek eigenlijk Fins, of Russische muziek eigenlijk Russisch? Het is opmerkelijk dat een beetje muziekliefhebber al vrij snel ‘typisch Engels’, of ‘als dat geen Rus is!’ roept. En hoe komt het dat Fransen al in de 16e eeuw chansons schreven over vogels, dat kleuren bij hen altijd door alles heen klinken, en dat Italianen altijd zo nodig moeten zingen? Klimaat, landschap en taal zijn waarschijnlijk de belangrijkste achtergronden,  maar het lijkt toch ingewikkelder, het moet wel heel diep in de mens zitten, die volksaard. Is het ‘nature’ of ‘nurture’, bloed of bodem? Voor je het weet ben je racist, maar ‘volksaard’ is redelijk correct, daar mag zelfs Maxima niet aankomen.

Voor de hand ligt dat het zingen van kleine kinderen en het materiaal dat hun daarbij wordt aangeboden van ingrijpende invloed moet zijn op de ontwikkeling van hun latere muzikale denken, dat zich uiteindelijk zal uitkristalliseren in het werk van componisten. De melodieën van Mozart en Brahms zijn ondenkbaar zonder de liedjes die ze op school en in de kroeg te horen kregen. Toén bood midden-Europa kennelijk nog voldoende bronnen ter inspiratie. Maar daarna moest het echt uit andere landen komen, van halve Spanjaard Ravel, Sibelius, Bartok, Stravinsky, of verder alles wat maar uit ‘zwarte’ culturen geleend kon worden: Gershwin, Bernstein, Steve Reich of simpelweg de lichte muziek.

Dat er op onze componisten bezuinigd wordt, allá, dat zijn de takken van de boom, maar dat de boom aan de onderkant wordt weggezaagd is zorgelijker. Dan moeten die componisten in godsnaam maar op basisscholen gaan lesgeven. Huba kan ook heel mooi zingen, werk aan de winkel.