Waar lijkt het op?

God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis, en of hij erg enthousiast was over het resultaat valt te bezien. Misschien moeten wij meer gezien worden als een matig geslaagd jeugdwerk van Hem, en moet het beste nog komen. Dat Hij bij het scheppen meteen vergelijkend te werk gaat is wel typerend. In de kunst is dat wellicht het belangrijkste uitgangspunt. Dat geldt zowel inhoud als vorm. Inhoudelijk willen we graag dingen herkennen die gelijkenis hebben met onze eigen ervaringswereld, en, technisch, graag patronen of melodieën herkennen die al of niet identiek terugkeren. Muziek en poezie staan in die zin het dichtst bij elkaar. Er worden zaken in uitgedrukt die rechtsstreeks met onze emoties te maken hebben, maar daarnaast wordt gebruikt gemaakt van verschillende soorten rijm, een techniek die volledig losstaat van het inhoudelijke, en een eigen leven leidt dat ons een voldoening op zichzelf verschaft. Trouwens ook in proza is vergelijken een belangrijk middel (Carmiggelt was daar een meester in: “de hond keek troosteloos uit het raam, als een vrouw die…” etc.).

“Het lijkt nergens naar” is wel het ergste wat je van een kunstwerk kunt zeggen, want tenslotte lijkt zelfs Mondriaan ergens op, als was het maar op een theedoek.

Wat herkennen we in muziek? Aan welke van onze belevingen appelleert zij? Het algemene beeld is dat muziek ons emotioneel sterk beroert, en alhoewel componisten zich zelf vooral het hoofd breken over hoe ze het stuk behoorlijk in elkaar kunnen zetten, zijn ze zich wel degelijk bewust van het psychologische effect dat ze ermee kunnen sorteren. Dat is atijd zo geweest, hoewel men in de Romantiek, hand in hand met de literatuur, daar wel speciaal op focuste. Er blijft echter zeer veel muziek over die ons geweldig meesleept, terwijl je je kunt afvragen waar het nou eigenlijk ‘over gaat’. Een vioolconcert van Bach, zelfs wanneer het in mineur is geschreven, kan ons moeilijk aan meer herinneren dan aan energie, beweging, orde en doelgerichtheid, of andere vormen van sport, maar op veel meer lijkt het niet. Maar juist hij, Bach, is op een ander moment feilloos in staat schilderingen te maken van angst, hoop, liefde en andere zaken, waarmee we tot in het graf mee lastig worden gevallen. Daarnaast is er dus nog het rijmen in de muziek op het vorm-technische vlak. Daar zijn vele mogelijkheden voor, we noemen de twee belangrijkste.

In onze vroege (Renaissance-)muziek was het de ‘imitatie-techniek’ die uitgangspunt was van alle motetten en missen die in die tijd in onbeperkte mate werden afgescheiden. ‘Imitatie-techniek’ klinkt tamelijk theoretisch, maar is niet veel anders dan een uit de hand gelopen ‘Vader Jacob’-syndroom, namelijk alle stemmen vallen achter elkaar in met dezelfde noten, canons dus. Wat hier wellicht meespeelt is de symboliek van de ‘Imitatio Christi’, maar voornamelijk was het de manier om sterke eenheid in een werk aan te brengen. Bach heeft later dit alles nog vervolmaakt in zijn ‘fuga’-composities, die in feite op hetzelfde neerkomen. Toen met hem deze vorm was uitgeput ontstond ten tijde van Mozart een nieuwe vorm van componeren, die inderdaad meer op de structuur van een gedicht lijkt, maar ook op die van volkswijsjes.

Voorbeeld

De muzikale zinnen werden verdeeld in groepjes van gelijke lengte (meestal vier maten) waarvan steeds de beginnetjes sterk op elkaar lijken (een interessant verschil met het rijm bij poëzie, dat juist steeds aan het eind optreedt). Het is een werkwijze die lang populair bleef en zelfs in de 20e eeuw nog voortleefde bij wat meer conservatieve componisten. De anderen worstelden steeds meer met het eeuwige probleem waar het ‘in Godsnaam’ weer op moest lijken, en, zoals steeds, zijn er maar weinigen die daar een enigszins bevredigende oplossing voor vinden.