Tonaliteit

Wat het zwaartste is moet het zwaartste wegen. Als er iets is dat onze geest tot in het obsessieve definieert is het wel het besef van de zwaartekracht. Dat, als we iets loslaten dat voorwerp rechtlijnig (vertikaal) naar beneden valt tot een sterke ondergrond het behoedt voor verdere ondergang. Het is iets dat we ons nauwelijks meer bewustmaakten tot de ruimtevaart aantoonde dat het ook anders kon. Die vertikale energie kan ook horizontaal worden geduid als causaliteit, waarbij oorzaak de energie is en gevolg de onvermijdbare conclusie. Uit het een volgt het ander.
Het kon moeilijk anders of de muziek (die een kunst is van horizontale beweging met vertikale bouwstenen) moest een vertaling vinden voor dit psychologisch oerfenomeen. Die werd gevonden in de kwint, die zich – zoals we inmiddels weten – verhoudt (in trillingsgetallen) tot een andere toon als drie staat tot twee. Dat die verhouding de meest elementaire getallen verenigt zal wel een betekenis hebben, en misschien ook verband houden met schimmige natuurkundige formules, de zwaartekracht betreffende. Het zal wel, dat zoeken we op. Feit is in ieder geval dat die kwint (C-G) de absolute kern is geworden van ‘onze’ muziek, en dat die G niets liever wil dan afdalen naar die C, met een vanzelfsprekendheid waarmee we gaan zitten of liggen, en dat glas jenever (een ander voorbeeld schiet me niet te binnen) uit onze hand valt als we niet uitkijken. Die eerder genoemde bouwstenen hebben dan ook bijna onvermijdelijk de kwint als ‘frame’. Die akkoorden, want daar gaat het dus over, met die kwint al of niet opgevuld of uitgebreid met tertsen, vormen al sinds een eeuw of vijf het basispakket van Bach of Jantje Smit, om meteen maar niet de minsten te noemen.
Maar hetzelfde machtsspel tussen die G en die C heeft ook horizontaal plaats. Die G staat niet alleen bovenop die C, zoals in dat akkoord, hij wil ook, melodisch, naar die C toe. Er is ook een horizontale kracht die hem daar naartoe zuigt, getuige het begin van eindeloos veel liedjes, waaronder niet te vergeten ons Wilhelmus. Eerst die G, en dan veel harder: die C (wil-Hèl, hoewel dat wel het laatste is wat we willen). Zing het maar even uit volle borst – kijk wel even of er niemand in de buurt is – en u weet waar we het over hebben. Waar we het namelijk over hebben heet ‘tonaliteit’. Bijna alle muziek is tonaal, dwz. de ene toon is dan belangrijker dan de ander. Dat wil niet zeggen dat het daarbij altijd om die kwint gaat. Er zijn ook andere verhoudingen dan man-vrouw of werkgever-werknemer, hoewel, uiteindelijk kom je daar toch steeds weer bij terecht, maar dat blijft natuurlijk onder ons.