Onderweg

Wat maakt het nou uit of die symfonie in C staat of in D? Weinig of niets, maar als je een eenvoudig liedje op de piano wil spelen is dat makkelijker in C, want dan kun je je behelpen met de witte toetsen. Een toon hoger (in D) en je zit al met twee zwarte toetsen. Komponisten hebben er voor gestudeerd, en hun maakt het weinig uit. Maar in feite is die toonladder (toonsoort) van C precies hetzelfde als die van D, maar ook van As of Fis, en klinken ze ook precies hetzelfde. Hang een schilderijtje tien centimeter hoger, het beeld zal er niet door veranderen.
Waarom schrijven die komponisten dan toch op verschillende toonhoogtes? Dat hangt, zoals veel, samen met praktische en emotionele dingen. Dat liedje in C een kwint hoger (in G) wordt bijvoorbeeld veel te hoog om te zingen, en je zet die jeneverfles niet op een hoge kast, zodat je er niet bij kunt. Zo zijn er ook toonsoorten die niet ‘lekker liggen’ op bepaalde instrumenten, en kiest een operakomponist een bepaalde toonsoort speciaal uit, om daarin een bepaalde hoge noot in een tenor-aria brillianter te laten klinken. Maar er is ook een emotionele kant. Bijna alle komponisten zijn opgegroeid aan de piano. C is voor hun een soort ‘normaalstand’, het gewone, alledaagse, en, romantisch als ze zijn, zoeken ze het graag in vreemde gebieden. Het geluk ligt elders. Ze zoeken de droom in As of Fis, terwijl dat gebied rond As of Fis toch echt hetzelfde klinkt als veilige thuishaven C. Pure suggestie dus, en het betrekkelijke ervan wordt nog sprekender als we ons realiseren dat een C heden ten dage bijna een toon hoger klinkt dan in Bach zijn tijd.
Wat hebben al die verschillende toonsoorten dan nog voor zin? Is Haarlem zoveel leuker dan Alkmaar? Oók een kerk in het midden, wat café’s er omheen, en een hoop lelijke nieuwbouw-rommel aan de buitenkant. Nee, de belangrijkste charme ligt in het reizen van het ene punt naar het andere, wat in muziektermen ‘moduleren’ heet. Het onderweg zijn is het spannendst, daar ligt het avontuur. Wie wel eens van huis of partner is gewisseld weet dat de overgangssituaties verreweg het meest opwindend zijn, want alle huizen zitten in principe hetzelfde in elkaar, en die vrouwen ook, dus wat schiet je ermee op. Zo maken de meeste mensen die op vakantie gaan steeds weer dezelfde fout: ze rijden in een razend tempo van hun woning naar een aanmerkelijk minder comfortabele optrek 1500 km verder, waar ze zich vervolgens twee weken te pletter vervelen. Beter hadden ze die reis zo lang mogelijk kunnen rekken, met veel knusse hotelletjes onderweg.
Dat is wat die komponisten zo graag doen. Ze beginnen in C (of D of wat dan ook) en ze komen er ook wel weer terug, maar daar tussenin zijn ze vooral onderweg. Ze passeren D, G, of nog verder Es of Bes, en hoe korter ze op zo’n tussenstation toeven, hoe minder ze het gevoel hoeven te hebben thuis te zijn. Leven is onderweg zijn, dood zijn kan altijd nog.