Links en Rechts

In vele opzichten is muziek een weerspiegeling van andere menselijke waarnemingen. Interessant bijvoorbeeld is dat ‘van onder naar boven’ voor ons gevoel grotendeels parallel loopt met de oriëntatie links rechtsVertikaal is dat ‘natuurakkoord’ van die Tibetaanse monniken, die één diepe toon produceren, waar van onder uit eerst de grote intervallen opborrelen (octaaf, kwint) dan steeds kleinere, eigenlijk niets anders is dan het beeld van een berg zand, die op dezelfde wijze een pyramide vormt. Dat zwaartekracht-effect wordt onmiddellijk beeldend wanneer we een orkestpartituur inzien. De contrabassen spelen grote intervallen in traag tempo, maar beweegt onze blik zich naar boven, dan komen we uit bij de piccolo, die in hoog tempo zeer kleine intervallen (secundes) speelt. Dezelfde opbouw, die we in dit geval vertikaal waarnemen, wordt – en dat is het interessante – voor ons gevoel hórizontaal in het algemeen naar réchts omgeslagen, waarbij voortgaan (“de tijd gaat steeds sneller”) en vooruitgang dan gedacht wordt in rechter richting, en naar links als terugkeer, vertraging en achteruitgang. Een compositorische wet zegt dan ook dat een melodie moet beginnen met grotere intervallen in traag ritme, om geleidelijkaan dit proces in te vullen met meer lineair schrijven in sneller beweging. Voor een pianist zijn deze beelden haast een vanzelfsprekendheid: zijn linkerhand speelt traag octaven en kwinten, de rechterhand verliest zich in steeds snellere secunde-capriolen.
Naar rechts is voorwaarts, het verleden laten we links liggen. Een kind heeft de toekomst, het verleden dat is je ouders, de vervlogen droom, de dood. De profundis clamavi; sinister betekent trouwens ook links. Politiek gezien zijn de begrippen links en rechts dan ook volledig verkeerd gekozen, want we denken bij rechts juist aan het zich laten inspireren door de discutabele verworvenheden van het verleden, en bij links aan de oriëntatie op de ontwikkelingen van de toekomst, hoe uitzichtloos deze ook moge zijn. De oorsprong van deze politieke annotatie schijnt dan ook te liggen in een toevallige associatie met de oevers van de Seine, waar aan linker zijde de arbeiders in zorgelijke omstandig-heden verkeerden, en aan de rechterkant de beter-gesitueerden toefden.
Bij een wandeling loopt een man meestal links, het kleine en kwetsbare van vrouw of kind speelt zich ter rechterzijde af, en vermoedelijk ligt ook in bed de man meestal links, maar dat vergt een onderzoek waarbij onze vriend Stapel met veel subsidie promovendi kan begeleiden, hoewel deze observatie natuurlijk van uiterst rechts cynisme getuigt. Want de sociale wetenschap is natuurlijk van het grootste belang voor de toekomst van de mensheid. Erg link, dit soort overwegingen, en nog linker als we denken aan de rechter die het uiteindelijke oordeel zal vellen. De meeste mannen zijn trouwens links-dragend, bij de vrouw ligt de waarheid in het midden, etc. Het wordt tijd voor een borrel.