Jong en Oud

Het belangrijkste verschil tussen ‘klassieke’ en ‘lichte’ muziek ligt in het ritme. Klassieke muziek verliest zijn zeggingskracht door een al te knellend ritmisch corset terwijl lichte muziek juist alle kracht verliest wanneer de ‘timing’ niet metronomisch strak is. De muzikale psychologie is wezenlijk anders. Het rubato (ritmische vrijheid) van de oude muziek, dat berust op de kwetsbaarheid van het gevoelsleven, is verplaatst naar de realiteit van het harde leven, liefde vertaald naar seks, lik op stuk. Voorbij de paukenist die een enkele keer orde op zaken stelde, hoog troonde als een vorst maar verder weinig in te brengen had. Nee, slagwerkers hebben het inmiddels sinds een eeuw voor het zeggen gekregen, en dat heeft de muziek in sociologische zin een definitieve draai gegeven. Ritme is niet meer middel maar doel, en de vitaliteit van de muziek verplaatste zich van de middelbare elite naar de jeugd en de massa. De beste muziek ontstond vanaf dat moment eerder op dat gebied dan op dat van de gevestigde orde. Die erfenis werd daarmee, godzijdank zeer goed, definitief opgeborgen in het Groot Europees Museum, waarin we nog dagelijks door charmante radiodames worden rondgeleid.
Dat de ‘grote mensen’-komponisten desondanks een bescheiden bestaan konden bijven leiden was vooral te danken aan de subsidies, die na WO II met gulle hand werden verstrekt, zonder dat het echter veel topfiguren opleverde. Het is ook veelzeggend dat Reinbert de Leeuw, toch niet vies van subsisies, opmerkt dat het misschien maar beter is dat hij geen pensioen heeft. Nu kan je dit alles niet aan die subidies wijten, de sponsors uit vroeger tijden haalde het geld ook bij hun belastingbetalers, de arme pachters, weg en dat ging ook toen grotendeels naar b-komponisten, want laten we niet vergeten dat er in die tijd net zoveel rommel werd geschreven als nu, alleen zaten er toen zo nu en dan genieën tussen, en nu niet meer. Niet dat er geen begaafde komponisten meer zijn, maar geen Brahms, geen Ravel, het lijkt alsof de goudmijnen uitgeput zijn. Dat dacht Brahms overigens ook al in zijn tijd, maar toch boorden mensen als Debussy en Stravinsky onverwacht nog ergens nieuwe energiebronnen aan. Wie weet is er nog hoop. Jong en oud zullen vermoedelijk de handen in elkaar moeten slaan, ze kunnen nog veel van elkaar leren, en dan zal het pensioenprobleem zich ook wel oplossen. Joop van de Ende zal betere advieseurs moeten krijgen, de West Side Story ligt alweer ver achter ons.