Chromatiek

If equal affection cannot be, let the more loving one be me
W.H. Auden

De schaduwkant van de liefde is de eindigheid van de hartstocht, zoals de dood dat is van het leven. Het diepe verband tussen beide thema’s is onverbetelijk neergelegd in Wagner’s Tristans (“Liebestod’). Het geijkte muzikaaltechnische middel daarbij heet ‘chromatiek’. Chroma betekent eigenlijk kleur, maar staat – nuchterder – voor het inzetten van kleine secundes (halve grote secundes). In een toonladder van C-groot (de zeven witte toetsen van c tot c) komen tussen de grote secundes ook twee kleine voor (e-f en b-c), en vooral de kleine secunde van b naar c markeert het gesloten gebied van de toonsoort, dat als het ware de rust van een goed huwelijk symboliseert. Bij chromatiek gaat het juist om het totaal van 12 kleine sekundes (namelijk inclusief zwarte toetsen) binnen het octaaf. En dat is het gebied van hartstocht en dood dat komponisten het meest fascineert. Die twaalf kleine sekundes vormen in de muziekgeschiedenis een bron van onuitputtelijke expres-siviteit. Dalende chromatiek schilderde dan uiteraard eerder de dood (denk aan ‘Remember me’, Purcells onverwoestbare tophit), terwijl de hartstocht van Tristan’s minnares Isolde klinkend werd met een ‘Leitmotiv’ van stijgende sekundes.
De rust van het dagelijkse leven en trouwe liefde waren voor komponisten aanmerkelijk minder inspirerend, en als het al over liefde ging, dan eerder over onbeantwoorde liefde. Vanaf Beethovens ‘ferne Geliebte’ vangt een eeuw aan van eidenloos getob daarover, een periode (de Romantiek) die op onnavolgbare wijze werd afgesloten door liedkomponist Hugo Wolf. Er gaan dagen voorbij dat zijn naam niet op Radio 4 wordt genoemd, maar op zijn gebied deed hij niet onder voor de allergrootsten. Zelf hadden die toondichters (inclusief Wolf) meestal weinig succes met hun grote liefdes. Het onderwerp van hun hartstocht verzandde veelal in een kleurloze verbintenis, die sterkere financiele vooruitzichten bood, of anderszijds meer garant konden staan voor betrouwbare begeleiding voor het nagelacht.
Muziek zelf is natuurlijk ook al een goed voorbeeld van onbeantwoorde liefde: we storten ons er met volle overgave in, zonder dat de komponist ons maar een blik waardig keurt. Als we de muziek zélf uitvoeren is er weliswaar sprake van een fysieke toenadering, maar zelfs als de meester nog leeft zullen deze hartstochtelijke aanrakingen hem niet bereiken. Het is niet anders. Liefde op zichzelf is kennelijk al groots, ook al wordt zij niet beantwoord. Want eigenlijk geven we vooral zelf het antwoord op onze onbeantwoorde liefde, en daarmee schaart ook de religie, bij uitstek dé onbeantwoorde liefde, zich definitief onder de andere kunsten. Niet de betrekkelijke schoonheid van de natuur, die symfonieën, of onze beminde is de schepping, het is onze eigen creatieve wil die alles vervolmaakt. We zijn – om met een andere dichter te spreken – een God in het diepst van onze gedachten.