48

voor Sylvia

Een gewoonte is nog geen verslaving, en een dagelijkse ochtendwandeling schijnt een mens erg goed te doen. Maar er zijn ook mensen die iedere dag wel een keer aan sex en drank doen of denken. Te schandelijk voor woorden, en de gevolgen zijn gruwelijk, varierend van ernstige ruggemerg-klachten tot de ziekte van Korsakov. Maar u moet ook verslaving aan getallen niet onderschatten. Bach had daar veel last van. Nou doet in principe iedere muziekliefhebber niets anders dan tellen. Hij moet zich voor één noot al klem tellen, want binnen een sekonde moet hij zich een aantal trillingen (on)bewust maken om te horen of het een a of een fis is. Vervolgens moet hij tellen of een maat uit drie of uit vier tellen bestaat, en dan weer of zo’n kwart onderverdeeld is in twee of vier zestienden. Een heel gedoe allemaal, maar we hebben het er graag voor over.
Bach paarde zijn getallenmanie aan een gezond zelfvertrouwen, wat in zijn geval niet onredelijk is. Hij zag dan ook zijn eigen naam als een getal (naar de nummering van het alfabet: b – a – c – h = 2 – 1 – 3 – 8). Hij manipuleerde met die verschillende getallen op allerlei manieren, door bijvoorbeeld een thema te verdelen in 21 + 38 noten, etc. Het lot zat hem niet tegen, want zijn naam begint op die manier ook al zoals zijn leven beginnen is, op 21-3, 21 maart, zijn verjaardag en trouwens ook het begin van de lente. Maar het was vooral de optelling: 14 (2+1+3+8) die hem fascineerde. Dat getal wordt op vele plaatsen een soort handtekening van hem. Wie zich in deze merkwaardige materie enigszins wil verdiepen moet beginnen met níet het boek ‘Bach en het getal’ aan te schaffen, want dat boek is de vrucht van een verwoestende verslaving die zich van de schrijvers heeft meester gemaakt. Een mens kan zich van alles wijsmaken, dat er iemand van je houdt, of dat God bestaat, maar het is – met enig manipuleren – niet moeilijk om je leeftijd te berekenen aan de hand van het telefoonnummer van je schoonmoeder, maar waarom zou je. De schrijvers van genoemde publicatie hebben geen enkele moeite geschuwd om Bachs affiniteit met getallen aan te tonen, en hebben daarmee het tegendeel bereikt van wat ze wilden: geen hond geloofde meer in al die onzin. En dat is jammer, want er zijn genoeg frappante voorbeelden. Kom maar eens langs, dan duiken we in de partituren. Zo is het openingskoor van de ‘Mattheus’ bv. exact verdeeld in de ‘gulden snede’ (google dat maar even), want getallen zijn voor Bach niet alleen symbolen, maar vooral, als voor ieder kunstenaar, vioolbouwer of architect (die toen nog kunstenaars waren) een waarborg voor hechte constructie.
Je kunt Bachs letters ook vermenigvuldigen (2x1x3x8=48), en dat staat dan meteen voor dé bijbel van de Europese muziek: zijn Wohltemperietes Klavier. Pas in Bachs tijd werd het mogelijk, na eeuwen moeizaam getob over trillingsgetallen, om door een even simpel als doeltreffend salomonsoordeel het mogelijk te maken in alle 12 toonsoorten te komponeren. Een historisch compromis, waar Bach onmiddellijk een onovertroffen demonstratie van gaf. Hij komponeerde in al die toonsoorten, zowel in majeur als in mineur een prelude-met-fuga, dat leidt, als u even meerekent, tot 24 stukken. Maar dat Bach dat later nog eens overdeed, om zo tot 48 deeltjes te komen, was misschien wel omdat 48 een Bachgetal is. Zou dat inderdaad de reden zijn geweest? Geloven is het zekerste weten.